Roti's

(8 stuks)

1/2 theelepel zout
50 gr geklaarde boter
160 gr volkorenmeel en 160 gr bloem, gemengd
1,7-2,8 dl warm water (afhankelijk van de structuur van het meel)
2 eetlepels ongezouten bakboter

Met de hand: meng het zout en de boter door het meel tot het mengsel
grofkorrelig aanvoelt. Voeg geleidelijk het water toe en kneed het mengsel
tot een zacht, soepel deeg.
Met de mixer: doe het zout, de boter en het meel in de kom en laat de
gardes op de laagste snelheid draaien. Voeg, als de boter in het meel is
opgenomen, geleidelijk het water toe en kneed het deeg tot het zacht en
soepel is.
Verdeel het deeg in 8 porties en draai van elke portie een glad, rond
balletje.
Leg een vochtige doek over de balletjes, maak ze één voor
één plat, bestuif ze licht met bloem en rol ze uit tot een
schijf van 15 cm doorsnee.
Verhit op half vuur een koekenpan met dikke bodem. Het is belangrijk
dat de pan een dikke bodem heeft: voor het bakken van roti's is een
gelijkmatige verdeling van de warmte nodig.
Leg een roti in de hete pan en keer hem na een halve minuut om.
Smeer een theelepel boter over de bovenkant uit en keer de roti om.
Doe aan de andere kant hetzelfde.
Bak de roti aan beide kanten bruin en haal de pan van het vuur.
Bekleed aluminiumfolie met keukenpapier en leg de gebakken roti's op een
helft.
Sla de andere helft eroverheen en vouw de randen om.
De
roti's blijven 30-40 minuten warm.