Varkensblokjes op Indiase wijze

(10 personen)

2 kg varkensfricassé (of -karbonade)
boter
2 gehakte uien
2 geschilde en gehakte appels
50 gr madraskerrie
75 gr bloem
2 kippenbouillonblokjes
5 dl room
3 liter water
peper, zout, tijm en laurier
2 grote gehakte sjalotten
4 gepelde en ontpitte tomaten
2 schijfjes verse ananas of 4 schijfjes uit blik
600 gr rijst
2 eetlepels vers gehakte peterselie of koriander

Snijd het varkensvlees in gelijke stukjes en kleur ze in een klontje
boter.
Verwijder het vlees en giet het vet weg.
Smelt opnieuw een klontje boter in dezelfde pan en laat de ui en de appel
hierin lichtjes kleuren.
Leg het vlees erop en strooi er eerst de kerrie en daarna de bloem
over.
Hoe meer kerrie u gebruikt, hoe sterker de smaak. Hoe meer bloem, hoe
dikker de saus.
Bevochtig met water en laat 30-40 minuten garen op een zacht vuurtje.
Voeg er een bouillonblokje aan toe.
Voeg dan de room toe en laat nog even koken.
Breng op smaak met peper en zout.
Haal de stukken vlees uit de saus en zeef de saus.
Snijd de tomaten in stukken van 1 cm.
Snijd ook de ananas in stukken.
Overgiet het vlees met de gepasseerde saus en voeg de ananas en de tomaat
toe, behalve als het gerecht later terug moet opgewarmd worden.
Kook 20 minuten voor het einde van de bereiding de pilawrijst.
Laat de gehakte sjalotten kleuren in een klontje boter.
Roer er de rijst goed onder en bak tot de rijst een ivoorkleur krijgt.
Bevochtig met de rest van het water.
Voeg een bouillonblokje toe samen met de tijm, de laurier en peper en
zout.
Laat opkoken en daarna verder gaar koken onder een deksel in de
voorverwarmde oven op 180° (gebruik hiervoor wel een kookpot met
handvatten die niet kunnen smelten).
Werk het geheel af met gehakte peterselie (en tomaat als u het gerecht
opwarmt) of koriander.

Noot: Madraskerrie is de meer pittige variatie van het traditionele
kerriepoeder.