Zoete aardappelpasteitjes (Meeta samosa)

(16-20 stuks)

250 gr bloem
snuf zout
60 gr ghee
warm water

Vulling:
500 gr aardappelen, afgeborsteld
1 eetlepel gehakte geblancheerde amandelen
zaad van 20 kardemompeulen
2 eetlepels heldere honing
2 theelepels sultanarozijnen
1 eetlepel gehakte pistachenoten
plantaardige olie om te frituren

Zeef de bloem met zout in een kom. Wrijf de ghee erdoor en voeg al roerend
een beetje warm water toe tot een heel stevig deeg ontstaat. Rol het in
een grote bal en leg even weg.

Voor de vulling: kook de aardappelen in kokend water net zacht, maar niet
te gaar in ± 20 minuten. Pel ze, snijd in blokjes van 1 cm en leg
ze in een kom. Meng de amandelen erdoor.
Stamp het kardemomzaad in een vijzel. Verwarm de honing in een steelpan,
zodat hij zeer dun wordt, strooi de kardemom erbij en giet over het
aardappelmengsel. Strooi ten slotte de rozijnen en pistaches erover.

Voor de pasteitjes: breek het deeg in 8-10 stukjes ter grootte van een
walnoot en vorm hiervan gladde balletjes. Rol ze op een met bloem bestoven
werkvlak tot zeer dunne cirkels uit van 1 mm dik. Leg de cirkels op elkaar
met wat bloem ertussen; snijd de stapel met een scherp mes doormidden.
Leg op elke halve cirkel 2 theelepels vulling en vouw dicht tot een kegel.
Sluit de randen door het deeg met water te bevochtigen en dicht te
knijpen. Verhit de olie flink in een frituurpan en bak de samosa's in
porties aan alle kanten lichtbruin en krokant. Schep ze op met een
schuimspaan en laat ze uitlekken op keukenpapier.
Serveer ze warm of koud.

Noot: Samosa's worden meestal gevuld met een verrukkelijk hartig mengsel,
maar dit is een zoete versie. In India is de zoete variant van samosa een
klassieke versnapering bij de thee.