Risotto

Een bekende Italiaanse uitdrukking is 'rijst wordt in water geboren, maar
moet sterven in wijn'.

1 middelgrote ui
1 teentje knoflook
1 eetlepel boter
4 eetlepels olijfolie
400 gr risottorijst
1 dl witte wijn
1-1 1/2 liter kruidenbouillon
3 tomaten
3 zongedroogde tomaatjes op olie
200 gr verse spinazie
6 eetlepels versgeraspte Parmezaanse kaas
versgemalen peper
enkele takjes bladpeterselie

Snipper de ui en de knoflook.
Verhit de boter samen met 3 eetlepels van de olijfolie en fruit de ui
hierin samen met de knoflook ± 10 minuten, zodat de ui goudgeel en
zacht is.
Roer de ongewassen rijst erdoor en bak ze omscheppend op laag vuur, zodat
de korrels glanzen.
Breng de wijn met de bouillon aan de kook.
Ontvel de tomaten, verwijder de zaadjes en snijd ze in blokjes.
Schenk een soeplepel bouillon bij de risotto, roer de bouillon door de
rijst en blijf zolang roeren dat alle bouillon is opgenomen.
Houd de rest van de bouillon op laag vuur warm.
Voeg de rest van de bouillon in gedeelten toe.
Voeg pas een volgende hoeveelheid toe als de vorige door de rijst is
opgenomen; dit duurt, afhankelijk van de gebruikte rijst, ± 20
minuten; kijk voor de kooktijd op de verpakking.
Snijd de gedroogde tomaatjes kleiner.
Zoek de spinazie uit en laat deze met aanhangend water slinken.
De risotto is goed als deze geheel romig is en de rijstkorrels zacht zijn
geworden.
Roer de rest van de olijfolie en de geraspte kaas erdoor en maak het op
smaak met versgemalen peper.
Leg een deksel op de pan, neem de pan van het vuur en laat 5 minuten
staan.
Druk al het vocht uit de spinazie en hak de spinazie grof.
Schep deze samen met de tomaatstukjes door de gare risotto.
Warm nog 2 minuten goed door en garneer met fijngesneden peterselie.