Romeinse stracciatella

1 soepkip
1 wortel
1 takje selderij
1 ui
1 kruidenbuiltje (peterselie, tijm en laurier)
5 peperkorrels
3 eieren
40 gr Parmezaanse kaas
3 eetlepels fijn griesmeel
1 eetlepel fijngehakte peterselie
nootmuskaat, peper, zout

Spoel de soepkip en trek er het loshangende vel af.
Leg de kip in 1/4 liter water en breng dit aan de kook.
Maak intussen de wortel en het selderijtakje schoon en snijd
beide in stukken.
Pel de ui en hak hem fijn.
Schuim de bouillon zorgvuldig af, kruid hem met peper en zout,
voeg er de soepgroenten (de wortel, het selderijtakje en de
ui), het kruidenbuiltje en de peperkorrels aan toe en laat de
bouillon ± 3 uur, net onder het kookpunt, trekken.
Giet hem vervolgens door een neteldoek, schep er het vet af,
laat 1 dl bouillon afkoelen en breng de rest opnieuw aan de
kook.
Klop de eieren door de afgekoelde kippenbouillon, voeg er 3
eetlepels Parmezaanse kaas, het griesmeel en de peterselie aan
toe en breng op smaak met nootmuskaat en zout.
Giet deze eiermassa langzaam en onder voortdurend roeren in de
kokende bouillon - de eieren zullen in vlokjes stollen - en
laat nog heel even koken.
Schep de bouillon in 4 soepborden en geef er de rest van de
gemalen Parmezaanse kaas apart bij.