Roomsoep van Beerzel

250 gr gedroogde erwten
1 wortel
1 ui
kruidnagel
kruidentuiltje
50 gr zurkel
1 krop sla
6 uien
70 gr bloem
20 gr kervel
tijm, laurier
2 eigelen
peper, zout
suiker
een klontje boter
1/4 liter verse melk of room
3 liter rundsbouillon

Laat de gedroogde erwten 24 uren weken.
Kook ze gaar in water samen met een ui waarin enkele knopjes kruidnagel
zijn geprikt.
Doe er ook een wortel en het kruidentuiltje bij.
Bevochtig met wat rundsbouillon.
Was de groenten.
Snijd de ui in kleine stukjes en stoof ze aan in boter.
Voeg er een groot gedeelte van de sla, de zurkel en de kervel aan toe.
Giet er vervolgens de rundsbouillon bij.
Breng aan de kook en laat zachtjes gaar koken.
Maak vervolgens een roux:
Smelt de boter, voeg er de bloem aan toe en meng goed onder elkaar.
Haal vlug van het vuur: de roux mag niet kleuren.
Mix de soep, voeg de roux tijdens het mixen langzaam aan de soep toe.
Laat nog even doorkoken.
Haal de soep door een zeef en kruid met peper, zout en suiker.

Het garnituur:
Een chiffonade van sla: snijd de sla in fijne reepjes en stoof ze aan in
boter.
Doe hetzelfde met het restje zurkel.
Meng de eigelen met verse melk.
Houd een klontje boter en kervelpluksel opzij.
Voeg het hele garnituur aan de soep toe.