Speculaasjes in cijfers en letters
(± 450 gr)
100 gr lichtbruine of bruine basterdsuiker
200 gr zelfrijzend bakmeel of 200 gr bloem en 1 theelepel bakpoeder
100 gr (koude) boter
1/2 theelepel zout
40 gr koekkruimels naar keuze
1 1/2 eetlepel speculaaskruiden (10 gr)
(± 3 eetlepels water of melk)
(50 gr amandelschaafsel)
(rijstemeel)
Zeef de suiker en het bakmeel (of de bloem en het bakpoeder) in een
kom.
Voeg de boter, het zout, de koekkruimels en de speculaaskruiden toe.
Snijd de boter in de bloem met twee messen tot erwtjesgrootte.
Kneed alles snel tot een soepel deeg, dat van de wand van de kom
loslaat.
Voeg, als het te droog is, wat melk of water toe.
Leg het deeg, afgedekt met of verpakt in folie, een nacht, of liever
nog
een hele dag, koel weg.
Kneed het de volgende dag door.
Rol het deeg dan uit tot een lap met een dikte van ± 3 mm.
Knip uit karton de benodigde letters en cijfers, leg die op het deeg
en
snijd ze met een scherp mesje uit.
Leg de deegletters en -cijfers op de bakplaat.
Kneed de restjes deeg samen, rol die opnieuw uit en snijd ze weer uit.
Ga zo door tot de bakplaat vol is.
Bestrooi de speculaasjes eventueel met amandelschaafsel en bak ze op
160°C in 25-30 minuten gaar.
Leg ze op een rooster en laat ze afkoelen.
Leg eventueel een tweede bakplaat vol koekjes en bak ook die.
Heeft u een heteluchtoven, dan kunt u twee platen tegelijk bakken.
Speculaasjes uit de plank
Kwast de koekholten van de speculaasplank in met rijstemeel.
Druk in elk vormpje een bolletje deeg en schrap er wat te veel is met
de
vlakke kant van een mes af.
Keer, als alle holten zijn gevuld, de plank met een klap op een
werkvlak
of tafel, zodat de deegvormpjes eruit vallen.
Leg deze op bakpapier op de bakplaat en bak ze zoals hierboven beschreven.