Abrikozen-amandeltaart

(8 personen)

180 gr bloem
135 gr boter
100 gr suiker
1/2 losgeklopt ei
boter om in te vetten
2 gr zout
70 gr poeder voor gele banketbakkersroom
1 pot abrikozen (720 ml)
1 zakje amandelen (45 gr)
2 pakken amandelspijs á 200 gr

Verwarm de oven voor op 180°C.
Zeef de bloem.
Kneed een soepel deeg van de bloem, de boter, de suiker, het ei en het
zout en laat het, verpakt in vershoudfolie, in de koelkast 15 minuten
rusten.
Bestuif een werkvlak met bloem en rol het deeg uit tot een cirkel van 30
cm.
Vet een springvorm (doorsnee 26 cm) in, bekleed hem met het deeg en prik
de bodem met een vork in.
Bekleed het deeg met bakpapier en strooi er een steunvulling in,
bijvoorbeeld van gedroogde peulvruchten.
Bak de bodem 20 minuten in het midden van de oven, verwijder de
steunvulling en het bakpapier en bak de bodem nog eens 10 minuten.
Laat de taartbodem afkoelen.
Bereid de banketbakkersroom met 2 dl water volgens de
gebruiksaanwijzing.
Laat de abrikozen uitlekken en snijd ze in reepjes.
Rooster de amandelen in een droge koekenpan in 3 minuten lichtbruin.
Verdeel de amandelspijs over de taartbodem, bedek het met de lauwwarme
banketbakkersroom, verdeel de abrikozen erover en bestrooi de taart met
de
amandelen.