Appelpasteitjes

(2 vormpjes)

4 plakjes bladerdeeg
1 appel
50 gr amandelspijs
2 biscuits
1 mespunt kaneel
1 klein ei

Spreid de plakjes bladerdeeg uit en laat ze ontdooien.
Vet intussen de vormpjes in, schil de appel en snijd hem in kleine
stukjes.
Vermeng de appel met de amandelspijs, de verkruimelde biscuits en de
kaneel.
Verwarm de oven voor op 225°C.
Bekleed de vormpjes met een plakje bladerdeeg, snijd de randen bij en leg
de vulling erop.
Bestrijk de deegrand met wat losgeklopt ei, snijd het plakje deeg dat over
de vulling komt bij en plak het goed op de deegrand.
Prik in het midden van de pasteitjes een gaatje.
Maak uit het overgebleven deeg figuurtjes en plak die met ei op het
pasteideksel vast.
Bestrijk de deegdeksel met losgeklopt ei en bak de pasteitjes onder in de
oven ± 25 minuten.
Zet de oven na 10 minuten baktijd op 220°C.