Donauwellen-kuchen

voor het deeg:
250 gr boter
5 eieren
200 gr suiker
300 gr bloem
1 pakje of zakje bakpoeder
1 zakje vanillesuiker
1 grote pot kersen zonder pit
enkele eetlepels cacoapoeder

voor de crème:
250 gr boter
1/2 liter melk
1 pakje vanillepudding (om te koken)

voor de afwerking:
± 200 gr chocoladeglazuur

een grote platte bakplaat die precies in de oven past (meestal hoort die
bij de oven:)

Roer voor het deeg de boter los en voeg dan de eieren, de suiker, de
bloem, het bakpoeder en de vanillesuiker toe.
Vet de bakplaat goed in en verdeel er de helft van het deeg over.
Meng het cacoapoeder door de andere helft en breng nu een bruine laag deeg
over de witte laag aan.
Laat de kersen goed uitlekken en verdeel ze gelijkmatig over het deeg
(druk ze er niet in, maar leg ze er bovenop; door het bakken 'zakken' ze
vanzelf in het deeg).
Bak de koek ± 45 minuten op 175°C.
Kook voor de crème 1/2 liter vanillepudding.
Om te zorgen dat de crème niet gaat schiften, moeten de pudding en
de boter op gelijke temperatuur zijn (als u het deeg een dag van tevoren
bakt en de pudding een dag van te voren kookt, is alles vanzelf op gelijke
temperatuur als u aan de afwerking begint).
Klop de boter met een mixer zacht en voeg geleidelijk de pudding toe.
Bestrijk het deeg met een laag crème en leg er een laagje
chocoladeglazuur (gesmolten in de magnetron of au bain-marie) op.
Snijd langs de vier kanten de ongelijke randjes weg en snijd het gebak dan
in ± 20 kleinere stukken.