Franse kersentaart

(± 8 personen)

200 gr gezeefde bloem
zout
1 eetlepel + 25 gr basterdsuiker
100 gr kleingesneden koude boter
200 gr kwark
50 gr honing
1 theelepel kaneel
2 eieren
250 gr ontpitte kersen (pot, uitgelekt)
1 eetlepel bloem
1 ei
een ingevette boterkoekvorm met een doorsnee van 24 cm

Vermeng de bloem, zout en 1 eetlepel basterdsuiker.
Snijd de boter met 2 messen door het bloemmengsel en kneed het snel tot
een deeg.
Rol 2/3 van het deeg uit tot een ronde lap van 30 cm doorsnee en bekleed
er de vorm mee.
Bewaar de vorm en de rest van het deeg tot het gebruik in de koelkast.
Verwarm de Oven voor op 175°C.
Klop de kwark, de honing, 25 gr basterdsuiker, de kaneel en de eieren door
elkaar.
Schud de kersen met de bloem om en schep ze door het kwarkmengsel.
Schep het kersen-kwarkmengsel in de vorm.
Rol de rest van het deeg uit tot een ronde lap van 24 cm doorsnee.
Leg die op de vulling en druk de randen op elkaar.
Prik in het midden van het deksel een klein gaatje.
Rol de afsnijdsels van het deeg uit, snijd kersen en steeltjes uit het
deeg en bestrijk het deegdeksel en de deegkersjes met de rest van het
ei.
Bak de taart ± 45 minuten in het midden van de oven.
Bak de laatste 20-25 minuten de kersen en de steeltjes op de bakplaat
mee.
Leg de kersjes na het bakken op de taart.