Koravapuusut (Finse oorvijgen)

Voor het deeg:
500 gr bloem
1 theelepel zout
1 zakje gedroogde gist
50 gr suiker
1/2 eetlepel gemalen kardemom
± 2 dl melk op kamertemperatuur
1/2 ei
75 gr boter
100 gr rozijnen

Voor de vulling:
25 gr boter
50 gr geschaafde amandelen
kaneel
2 eetlepels suiker
1/2 ei

Strooi de gezeefde bloem in een hoge mengkom en roer het zout erdoor.
Maak een kuiltje in het midden en strooi er de gist, de suiker en de
kardemom in.
Giet er de melk en het losgeklopte ei op en begin met een houten lepel van
binnen naar buiten te roeren.
Voeg er dan de zachte boter aan toe en kneed alles tot een samenhangend
deeg.
Kneed er tot slot de goed gewassen en met keukenpapier gedroogde rozijnen
door.
Laat het deeg onder een vochtige doek 1 uur rijzen tot het 2 keer zijn
volume heeft gekregen.
Kneed het deeg opnieuw door en rol het vervolgens uit tot een rechthoekige
lap van ± 1/2 cm dik.
Bestrijk de bovenkant met zachte boter en strooi er de geschaafde
amandelen, kaneel en de suiker op.
Rol de lap op, snijd er driehoekjes van en leg die op een met bakpapier
beklede bakplaat.
Laat het deeg op een warme plaats opnieuw 20 minuten rijzen.
Verwarm de oven voor op 225°c.
Bestrijk de driehoekjes tot slot met losgeklopt ei, zet de bakplaat midden
in de hete oven en bak de oorvijgen in ± 10 minuten gaar.
Serveer ze warm.