Kwetsenvlaai

een bodem van gistdeeg (zie recept)
1 kg kwetsen
paneermeel
suiker
8 gr aardappelmeel

Maak een vlaaibodem van gistdeeg volgens het recept '"Basisrecept
gistdeeg voor Limburgse vlaai' (zie hieronder).
Halveer de gewassen kwetsen en ontpit ze.
Verwarm ze heel even in een bodempje water, maar niet te veel in
één keer.
Laat de vruchten dan op een zeef goed uitlekken en laat ze afkoelen.
Verdeel de kwetsen op de gerezen, ingeprikte en met paneermeel bestrooide
vlaaibodem, beginnend vanaf de buitenrand en dan naar binnen werkend.
De kwetsen moeten goed tegen elkaar aansluiten.
Bij gebruik van zeer zure kwetsen kunt u ze met suiker bestrooien.
Bak de vlaai 15-20 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
Omdat de vlaai na het bakken zacht kan zijn, is het aan te raden hem eerst
even in de vorm te laten afkoelen en hem pas daarna op een taartrooster te
zetten om verder af te koelen.
Neem 2 dl van het kookvocht, bind dit met het aardappelmeel en giet dit
lauw over de afgekoelde vlaai.

Basisrecept gistdeeg voor Limburgse vlaai

250 gr bloem
15 gr verse gist
20 gr boter
20 gr suiker
± 1 dl lauwe melk
zout

Verwarm de melk tot lauw.
Maak de gist aan met een klein gedeelte van de melk.
Kneed een deeg van de bloem, de boter, de suiker, de aangemaakte gist en
de rest van de lauwe melk.
Kneed het deeg goed door en laat het, afgedekt met een doek, op een warme
plaats rijzen.
Kneed het deeg, als het goed is gerezen, opnieuw door.
Bestuif het werkvlak en de deegrol met bloem en rol het deeg uit.
Beboter de vlaaivorm en leg de deeglap erin; het deeg moet aan alle kanten
goed tegen de rand van de vorm zijn opgezet.
Rol de rand van de vorm met de deegroller af.
Laat de vlaai nogmaals op een warme plaats rijzen en prik het hier en daar
met een vork in.
Daarna kunt u de vlaai vullen zoals in bovenstaand recept staat
beschreven.