Limoentaart

(10-12 personen)

220 gr zachte boter
5 limoenen
150 gr suiker
150 gr bloem
80 gr maïzena
1/2 theelepel bakpoeder
200 gr poedersuiker
zout
3 eieren

Vet een ronde bakvorm met anti-aanbaklaag van 24 cm doorsnee met 20 gr
boter in.
Schil 3 limoenen zo dat u de witte huid niet verwijdert, snijd de vruchten
in dunne plakjes en beleg de bodem van de taartvorm hiermee.
Rasp de schil van de rest van de limoenen fijn, pers het sap uit en zet
beide opzij.
Smelt de suiker in een pan met dikke bodem en warm door tot de suiker
begint te kleuren.
Dompel de bodem van de pan even in koud water en giet de karamel meteen
over de limoenschijfjes in de vorm.
Doe de bloem, de maïzena en het bakpoeder in een mengkom.
Roer de rest van de boter met de poedersuiker en een snufje zout
schuimig.
Roer er één voor één de eieren door en daarna
het bloemmengsel.
Roer de limoenschil en het -sap door het deeg en strijk dit gelijkmatig
over de plakjes limoen in de vorm uit.
Bak de taart 45 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.
Laat de taart 6-8 minuten afkoelen en stort hem pas dan op een schaal.
Snijd de taart met een vochtig broodmes aan.