Linzertorte

(± 10 punten)

125 gr blanke amandelen
250 gr zelfrijzend bakmeel
125 gr lichtbruine basterdsuiker
1/4 theelepel gemalen kruidnagelen
1/4 theelepel nootmuskaat
1 theelepel kaneel
zout
2 theelepels citroensap
150 gr harde boter
± 2 eetlepels bloem
1 pot abrikozenjam
1 eetlepel citroensap
1 ei
poedersuiker

Maak de amandelen in een keukenmachine of rauwkostmolen fijn.
Vermeng het zelfrijzend bakmeel in een kom met de basterdsuiker, het
kruidnagelpoeder, de nootmuskaat, de kaneel, een snufje zout en de
citroenrasp en roer de amandelen erdoor.
Snijd de boter met 2 messen door de bloem tot erwtjesgrootte en kneed het
met koele hand snel tot een soepel deeg.
Laat het deeg afgedekt in de koelkast minstens 30 minuten rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C, vet een springvorm met een doorsnee van
26 cm in en bestuif een werkvlak met bloem.
Rol iets meer dan de helft van het deeg tot een dunne ronde lap van
± 30 cm doorsnee uit en bekleed de springvorm met de deeglap.
Roer de abrikozenjam en het citroensap in een kommetje door elkaar en
strijk dit over de deegbodem uit.
Rol de rest van het deeg uit, snijd het in lange repen van 1 1/2 cm dik,
leg de deegrepen als een vlechtwerk over de jam en druk ze tegen de
deegrand vast.
Klop het ei in een kopje los en bestrijk het deeg ermee.
Bak de Linzertorte in het midden van de oven in ± 30 minuten
goudbruin en gaar.
Laat de taart in de vorm afkoelen, verwijder de vorm, zet de taart op een
schaal en bestrooi hem met poedersuiker.