MonChou-bavaroisetaart

een kant-en-klare taartbodem (Baukje)
2 blaadjes gelatine
50 gr rozijnen
1 eetlepel Calvados
1/2 liter slagroom
50 gr suiker
100 gr MonChou
olie voor het invetten

Week de gelatineblaadjes in koud water.
Was de rozijnen, doe ze met de calvados in een kommetje en laat het geheel
± 15 minuten intrekken.
Houd 1 dl slagroom apart en klop de rest met de suiker met een garde of
handmixer tot een wolkige massa.
Breng de apart gehouden slagroom aan de kook.
Zet het vuur uit, voeg de goed uitgeknepen gelatine en de in blokjes
gesneden MonChou toe en roer tot het mengsel glad is.
Giet het mengsel in een grote kom en laat het afkoelen.
Roer de in de calvados gedrenkte rozijnen door het afgekoelde Mon
Choumengsel en spatel er vervolgens met kleine hoeveelheden tegelijk
zo
luchtig mogelijk de slagroom door.
Verdeel dit over de taartbodem en zet deze minstens 2 uur in de koelkast
om de bavarois te laten opstijven.
Snijd met een warm mes punten van de taart.

MonChou-vruchtentaart
(8 punten)

Voor de kruimelkorst:
175 gr mariabiscuits
125 gr gesmolten boter

Voor de vulling:
200 gr zachte MonChou
200 gr basterdsuiker
2 eetlepels kirsch

Voor de garnering:
250 gr aardbeien

Verkruimel de biscuits en meng de gesmolten boter erdoor.
Verdeel het mengsel over de bodem van een springvorm met een doorsnee van
22 cm, druk het aan en strijk het glad.
Laat de korst in de koelkast hard worden.
Klop de MonChou samen met de basterdsuiker en de kirsch met een mixer goed
door elkaar, schep het op de korstbodem en strijk de bovenkant glad.
Laat het mengsel in de koelkast opstijven.
Maak de aardbeien schoon, snijd ze in plakjes en garneer de bovenkant van
de taart hiermee.