Poffertjes II

(4 porties)

65 gr bloem
65 gr boekweitmeel
1 mespunt zout
5 gr gist
2-2 1/2 dl lauwe melk
1 klein ei
gesmolten boter
100 gr boter, verdeeld in 4 stukken
gezeefde poedersuiker

Doe de bloem met het boekweitmeel en het zout in een kom.
Maak in een kommetje de gist met 3 eetlepels lauwe melk tot een vloeibaar
papje aan.
Maak een kuiltje in het bloemmengsel, giet hier de aangemaakte gist in en
voeg het ei toe.
Doe er dan 1 1/2 dl lauwe melk bij en roer het geheel met een houten lepel
of met een mixer met deeghaken vanuit het midden tot een dik, glad
mengsel.
Verdun het geleidelijk met de rest van de lauwe melk en roer tot een
gladde, luchtige massa is ontstaan.
Laat het beslag afgedekt op een lauwwarme plaats 1 uur rijzen.
Verwarm de poffertjespan.
Bestrijk de kuiltjes met de gesmolten boter, roer deze niet door, maar
gebruik bij voorkeur het heldere gedeelte.
Roer het gerezen beslag vooral NIET door.
Vul de kuiltjes snel achter elkaar voor de helft met beslag en bak de
poffertjes op tamelijk hoog vuur goudbruin.
Keer ze met een vork als de bovenkant droog is.
Verwarm de borden en leg op elk bord 1 portie.
Leg het stuk boter in het midden en bestrooi de poffertjes dik met
poedersuiker.