Rahkapiirakka (Fins kwarkbrood)

Voor het deeg:
500 gr bloem
1 theelepel zout
1 zakje gedroogde gist
50 gr suiker
1/2 eetlepel gemalen kardemom
± 1/4 liter melk op kamertemperatuur
1/2 ei
75 gr boter
100 gr rozijnen

Voor de bovenkant:
225 gr kwark
50 gr rozijnen
1/2 ei
1/2 dl melk
het sap en de rasp van 1/2 citroen
1 theelepel vanillesuiker
2 eetlepels suiker

Strooi de gezeefde bloem in een hoge mengkom en roer het zout erdoor.
Maak een kuiltje in het midden en strooi er de gist, de suiker en de
kardemom in.
Giet er de melk en het losgeklopte ei op en begin met een houten lepel van
binnen naar buiten te roeren.
Voeg er dan de zachte boter aan toe en kneed alles tot een samenhangend
deeg.
Kneed er tot slot de gewassen en met keukenpapier gedroogde rozijnen
door.
Laat het deeg onder een vochtige doek op een warme plaats 1 uur rijzen tot
het volume zich heeft verdubbeld.
Kneed het deeg opnieuw door en rol het uit tot een vierkante lap van 1/2
cm dik.
Bekleed een beboterde, rechthoekige bakvorm of kleine braadslee met het
deeg en laat de randen overhangen.
Roer de kwark, de gewassen en met keukenpapier gedroogde rozijnen, het
losgeklopte ei, de melk, het sap en rasp van de citroen, de vanillesuiker
en de suiker door elkaar en schep de vulling op het deeg.
Zet de vorm op het rooster, schuif alles midden in de op 200°C
voorverwarmde oven en bak het kwarkbrood in ± 30 minuten bruin en
gaar.