Rijstevlaai IV

Voor het deeg:
250 gr zelfrijzend bakmeel
75 gr basterdsuiker
75 gr boter (koud uit de koelkast)
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel zuiveringszout
1 losgeklopt ei

Voor de pap:
60 gr paprijst
1 liter melk
3 eieren
1 zakje vanillesuiker
1 flesje amandel- of rumaroma
100 gr suiker
een vorm van ± 30 cm doorsnee

Verwarm de oven voor op 175°C.

Pap:
Kook de rijst in water gaar.
Breng de melk aan de kook, roer er de rijst, de vanillesuiker en de
amandel- of rumaroma door en neem de pan van het vuur.
Splits de eieren.
Doe 1/3 van de suiker bij het eigeel, 1/3 bij het eiwit en de rest bij de
pap.
Klop het eigeel en het eiwit afzonderlijk; het eiwit tot het goed stijf is
en het eigeel tot het bijna wit is.
Roer het eigeel door de pap en klop het eiwit er vervolgens luchtig door.

Deeg:
Doe Alle ingrediënten voor het deeg bij elkaar en kneed ze goed.
Klop het ei los en doe de helft bij het deeg.
Rol het deeg uit en leg het in de vorm.
Schenk de pap in de met deeg bedekte vorm, schuif de vorm in het midden
van de warme oven en bak de vlaai in 45 minuten gaar.
Neem de vlaai uit de oven, laat hem even afkoelen en haal hem dan uit de
vorm.
Garneer de vlaai, nadat hij is afgekoeld, met slagroom en geschaafde
chocolade.