Sachertorte II

(10 punten)

2 sneetjes oud witbrood
100 gr blanke hazelnoten
5 eieren
125 gr pure chocolade
1 eetlepel rum
100 gr zachte boter
150 gr witte basterdsuiker
kruidnagelpoeder
1/2 pot abrikozenjam
75 gr poedersuiker

Verwarm de oven voor op 200°C.
Bekleed een springvorm van 22 cm doorsnee met bakpapier.
Verkruimel de sneetjes brood heel fijn.
Maal de hazelnoten fijn.
Splits de eieren.
Breek 75 gr chocolade boven een steelpan en laat de chocolade au bain
marie smelten.
Roer de rum erdoor en laat de chocolade iets afkoelen.
Klop de boter met de basterdsuiker in ± 10 minuten tot een romig
mengsel.
Klop er één voor één de eidooiers door en
spatel er de chocolademassa met de noten, 4 eetlepels broodkruim en een
snufje kruidnagelpoeder door.
Klop de eiwitten stijf en spatel deze luchtig door het deeg.
Doe het deeg over in de vorm, strijk de bovenkant glad en bak de taart in
± 30 minuten gaar.
Laat de taart ± 15 minuten afkoelen, verwijder de vorm en laat de
taart op een taartrooster verder afkoelen.
Snijd de koude taart overlangs in twee lagen.
Leg de onderste laag op een platte schaal en bestrijk hem helemaal met
abrikozenjam.
Leg er dan de bovenste laag op en bestrijk die heel dun met jam.
Smelt de rest van de chocolade au bain marie met 2 eetlepels water.
Roer de poedersuiker erdoor en blijf roeren tot een glanzend glazuur
ontstaat.
Bestrijk de taart met een pannenkoekmes met glazuur en laat het glazuur
hard worden.
Serveer de taart eventueel met slagroom.