Stroopwafels III

400 gr bloem
225 gr suiker
375 gr boter
2 1/2 theelepel gemalen kaneel
3 eieren
150 gr keukenstroop
150 gr bruine basterdsuiker
zout

Zeef de bloem.
Klop 225 gr boter wit en voeg het zout, de suiker, 1 1/2 theelepel van de
kaneel en de bloem toe.
Vermeng dit mengsel met de losgeklopte eieren en kneed hier een goed
samenhangend deeg van.
Laat het deel op een koele plaats rusten.
Vermeng intussen op het vuur de keukenstroop met de rest van de boter, de
rest van de kaneel en de bruine basterdsuiker.
Neem het mengsel, als de suiker is opgelost, van het vuur en roer tot het
koud en smeerbaar is.
Maak kleine balletjes van het deeg.
Vet het warm gemaakte wafelijzer met wat boter in en bak van de balletjes
kleine wafels.
Bestrijk telkens een nog warm wafeltje met een laagje van het
stroopmengsel en druk er een tweede wafeltje op.
Eet de wafels warm.
Lekker met een bolletje vanilleroomijs.