Visitandine

Een rond taartje in de vorm van een schuitje, waarvan het deeg veel eiwit
bevat en verder fijngemalen amandelen, boter en suiker.
Soms wordt de bovenkant na het bakken bestreken met abrikozenjam en daarna
met suikerglazuur met Kirsch.
Deze taartjes zijn oorspronkelijk het product van kloosters en zijn
bedacht om overgebleven eiwitten te gebruiken.

Vermeng 500 gr suiker met 500 gr amandelpoeder en 150 gr gezeefde
bloem.
Voeg er beetje bij beetje 12 eiwitten aan toe en werk ze er grondig door
met op het laatst 750 gr gesmolten, nauwelijks nog warme boter.
Meng er tenslotte 4 zeer stijfgeklopte, in de koelkast gekoelde eiwitten
door.
Beboter de vormpjes voor deegschuitjes en vul ze, met behulp van een
spuitzak met grote gladde spuitmond, met kleine hoeveelheden van het
beslag.
Zet ze in een op 220°C voorverwarmde oven tot de gebakjes goudgeel
gekleurd en vanbinnen zacht zijn.