De tapas-traditie
Al sinds de 18e eeuw worden in Spanje bij een drankje tapas geserveerd, in
eerste instantie vooral omdat de mensen van de tapas dorst kregen en dus
meer gingen drinken. Later ook omdat het gewoon een lekkere smaakmaker is
bij een glas wijn, bier of sherry.
Tapas zijn kleine pittig gekruide hapjes van vis, vlees, groenten of
mini-salades.
Het schoteltje met lekkers - de tapa - werd als een dekseltje op het glas
gezet, zodat vliegen en stof geen kans kregen om in het drankje terecht te
komen. 'Tapar' betekent afdekken.
In de loop der eeuwen groeiden de tapas uit tot een vast ritueel uit het
dagelijks leven. Inmiddels zijn er ontelbaar veel soorten tapas en heeft
elk restaurant zijn eigen specialiteiten. Op een glas sherry passen ze al
lang niet meer. Ze worden op een schoteltje of een klein bordje
geserveerd. Met stokbrood wordt de kruidige olie of saus opgedept.
Kant-en-klare hapjes zoals chorizo, olijven, radijsjes, gerookte amandelen
en Spaanse rauwe ham zijn bij een tapas-buffet onmisbaar.
- El Moje is een salade van tomaten, eieren en tonijn.
- Voor Gambas al ajillo bakt u grote garnalen in olijfolie met knoflook en
gedroogde rode peper.
- Tortilla is een Spaanse omelet van aardappelen, eieren, ui, rode peper
en peterselie.
- Voor de gefrituurde vis worden inktvisringetjes, garnalen en ansjovisjes
of sardientjes eerst door een tempurabeslag gehaald en daarna in hete olie
gefrituurd.
Lekker met knoflookmayonaise of groene mayonaise van ansjovisfilets,
peterselie, kappertjes en tijm.
- Costillas zijn geroosterde krabbetjes die inn een mengsel van olie,
oregano, paprikapoeder, laurier en knoflook zijn gemarineerd.