Aspergecarpaccio
(2 personen)
1/2 sjalotje
6 witte asperges
4 eetlepels olijfolie
1 eetlepel notenolie
1 theelepel witte wijnazijn
2 eetlepels halfdroge witte wijn
zout, peper
1 bakje rucola (30 gr)
40 gr pijnboompitten
Pel het sjalotje en snipper het fijn.
Schil de asperges met een dunschiller vanaf vlak onder het kopje naar
beneden en snijd de houtachtige uiteinden (± 2 cm) eraf.
Breng de aspergeschillen met 3/4 dl water aan de kook en laat ze afgedekt
± 10 minuten zachtjes trekken.
Snijd de asperges intussen met de dunschiller in de lengte in dunne
repen.
Klop het sjalotje, 2 eetlepels aspergekookvocht, de olijfolie, de
notenolie, de azijn en de wijn in een kommetje tot een sausje en breng dat
op smaak met zout en peper.
Schep de aspergerepen door de dressing.
Verdeel de rucola over 2 borden, leg de aspergerepen in het midden en
sprenkel er de achtergebleven dressing over.
Strooi de pijnboompitten erover en serveer met bruin stokbrood.