Boerenpâté

(± 12 plakken)

200 gr katenspek in dunne plakjes
1 sjalotje
2 teentjes knoflook
300 gr varkenslever
700 gr varkensgehakt
2 eetlepels cognac
1/2 dl droge witte wijn
1/2 eetlepel tomatenpuree
1 ei
1/4 theelepel nootmuskaat
zout, (versgemalen) zwarte peper
(1/2 eetlepel boter om in te vetten)
een pâté- of cakevorm inhoud ± 1 1/2 liter,
keukenmachine, aluminiumfolie, plasticfolie

Verwarm de oven voor op 150 °C.
Vet de vorm in.
Bekleed de bodem en de zijkanten van de vorm met spek; laat het spek aan
alle kanten ± 4 cm overhangen.
Pel het sjalotje en de knoflook en snipper ze fijn.
Breng in een fluitketel of pan ruim water aan de kook.
Snijd de lever in stukken, pureer die in de keukenmachine in ± 3
minuten tot een fijn mengsel en doe dat over in een kom.
Meng het gehakt, de sjalot, knoflook, cognac, wijn, tomatenpuree, het ei
en nootmuskaat erdoor en breng op smaak met zout en peper.
Schep het vleesmengsel in de vorm en strijk de bovenkant glad.
Vouw de overhangende plakjes spek terug en dek het mengsel hiermee af.
Dek de vorm af met aluminiumfolie, zet hem in een braadslede en vul de
braadslede met kokend water, zodat de vorm voor 2/3 deel in het water
staat.
Laat de pâté in het midden van de oven in ± 2 uur gaar
worden.
Neem hem uit de oven, verwijder het aluminiumfolie en laat de
pâté afkoelen.
Dek de vorm af met plasticfolie en zet het ± 24 uur in de
koelkast.
Houd een mes (zonder kartelrand) onder warm water en snijd met het warme
mes voorzichtig de randen van de pâté los.
Leg een plat bord op de vorm, keer ze samen en laat de pâté
uit de vorm komen.
Houd het mes nogmaals onder warm water en snijd met het warme mes de
pâté in 12 plakken.
Serveer met gemengde sla en toast.