Fleurons

(15-18 stuks)

Voor het luchtige piedeeg:
100 gr bloem
75 gr harde boter
2 gr zout
± 1/2 dl water
of: ± 6 plakjes diepvriesbladerdeeg

Voor het bestrijken:
1/2 ei
1 eetlepel melk

Doe 3/4 deel van de gezeefde bloem, de koude harde boter en het zout in
een kom (houd 1/4 deel van de bloem achter om later bij het rollen te
gebruiken).
Verdeel de koude harde boter met 2 messen in kleine stukjes, ter grootte
van bruine bonen, door de bloem, tot een kruimelige massa is
verkregen.
Voeg het ijskoude water toe en werk met behulp van een mes door de bloem
tot een samenhangende, iets vochtige massa is verkregen.
Bestuif het deeg met bloem en rol het op een met bloem bestoven werkvlak,
onder nu en dan keren en bestuiven, luchtig uit tot een dunne rechthoekige
elastische lap is verkregen.
Vouw de lap in drieën, draai hem een kwart slag en rol hem opnieuw
gelijkmatig uit.
Herhaal deze handeling nog tweemaal (een zgn. toer geven) en laat het deeg
afgedekt op een koude plaats tenminste 1/2 uur rusten.
Geef het na het rusten weer een toer (uitrollen, draaien, driemaal) en
laat het nogmaals rusten.
Rol het deeg na de tweede rust uit tot een lap van ± 1/2 cm
dik.
Steek uit de deeglap met een speciale fleuron-uitsteekvorm of met behulp
van een ronde uitsteekvorm brede halve maantjes.
Leg de stukjes deeg op een nat bakblik, laat ze op een koele plaats
opstijven en bestrijk ze met het met de melk losgeklopte ei (zorg dat er
geen ei langs de kanten druipt).
Schuif het bakblik iets onder het midden in een hete oven (±
220°C) en bak de fleurons in ± 20 minuten gaar en bruin.
Open de oven het eerste kwartier niet.
Geef de fleurons bijvoorbeeld als garnering bij een warme vleesschotel of
bij een ragoût.