Kalfspâté

250 gr kalfslever
100 gr afgeborstelde en in plakjes gesneden champignons
1 bekertje crème fraîche
1 gepeld en uitgeperst teentje knoflook
2 theelepels tijm
zwarte peper uit de molen
2 theelepels citroenrasp
2 eetlepels cognac
500 gr kalfsborstlappen
250 gr varkenslapjes
2 eieren
zout
200 gr in plakjes gesneden ontbijtspek

Snijd de lever in kleine stukjes.
Verwarm de crème fraîche in een pan.
Schep de stukjes lever en de plakjes champignons erdoor en laat alles ca 5
minuten zachtjes pruttelen.
Roer de knoflook erdoor.
Neem de pan van de warmtebron en voeg de tijm, peper, citroenrasp en
cognac toe.
Verwarm de oven voor tot 175 °C.
Maal het vlees fijn in een vleesmolen.
Meng de eieren erdoor en voeg 3 theelepels zout toe.
Schep het lever-champignon-mengsel erdoor en roer alles tot een
samenhangende massa.
Bekleed een terrine (inhoud ca 1 1/2 liter) met 3/4 van de plakjes spek,
schep het vleesmengsel erin en druk dat goed aan.
Leg de rest van het spek erop en dek de terrine af met aluminiumfolie.
Zet de terrine in een braadslede en vul deze met kokend water tot ca 2 cm
onder de rand van de vorm.
Schuif de braadslede in het midden van de oven en laat de
pâté in ± 1 1/2 uur gaar worden.
Neem de vorm uit de oven en leg een gewicht op de pâté.
Laat de pâté afkoelen en zet hem 1 á 2 dagen in de
koelkast, zodat de smaken goed kunnen intrekken.