Kippâté
voor de vulling:
1 braadkuiken
soepgroente
250 gr kalfsvlees
250 gr varkensvlees
vetspek
zout en peper
foelie
1 gepelde en fijngesnipperde ui
1 likeurglas cognac
1 likeurglas madeira
voor het deeg:
350 gr bloem
150 gr boter
2 eierdooiers
zout
om te bestrijken:
1 eierdooier
2 eetlepels room
Verwijder het vel en snijd het borstvlees van het braadkuiken los.
Kook de rest in licht gezouten water met de soepgroente in ca 3/4 uur
langzaam gaar.
Snijd het kalfsvlees, varkensvlees en spek in reepjes.
Meng het vlees met zout, peper, een mespunt folie, de ui, cognac en
madeira en laat alles 2 uur op een koele plaats staan.
Marineer ook het borstvlees.
Draai het kalfsvlees, varkensvlees, spek en het afgekoelde en van botjes
ontdane gekookte kippevlees twee keer door de vleesmolen.
Roer de massa goed door en breng op smaak met marinade.
Maak een deeg zoals bij "wildpâté" is
beschreven.
Gebruik als vulling het in reepjes gesneden borstvlees.
Maak de pâté zoals beschreven bij
"wildpâté".