Paupiettes van kip en langoustines op een spiesje

8 rauwe langoustines (vers of diepvries)
2 dikke kipfilets á ± 150 gr
1 grote krop sla
1/2 bosje kervel
1 gehakt sjalotje
versgemalen peper, cayennepeper, zout
1/2 laurierblaadje
2 dl droge witte wijn
2 dl room
1/2 dopje saffraanpoeder
boter

Leg de kipfilets ± een half uur in de vriezer (als ze licht zijn
afgekoeld, kunt u ze gemakkelijker snijden).
Scheid de langoustinekoppen van de staarten, verwijder de schalen en haal
dan het darmkanaal uit de staarten.
Was de staartjes en dep ze droog.
Verwijder zo nodig het vel van de kipfilets en snijd ze met een
fileermesje horizontaal in dunne plakjes van 2 1/2-3 mm (4 plakjes per
filet).
Leg de plakjes plat neer en rol in ieder plakje een langoustinestaart.
Steek op ieder spiesje 2 paupiettes met de dichte kant naar elkaar
toe.
Houd ze fris in de koelkast.
Maak de sla schoon en verwijder de dikste nerven.
Spoel en zwier de sla droog.
Snijd de kervel op 4-5 cm lengte en fris hem in veel koud water op.
Hak de langoustinekopjes met een stevig (hak)mes fijn.
Stoof het sjalotje in een klontje boter wit.
Voeg de langoustinestukjes toe en stoof alles al roerend nog eens 5-10
minuten aan.
Kruid met zout, versgemalen peper en een mespuntje cayenne en
aromatiseer
met de laurier.
Blus met de witte wijn en laat die tot de helft inkoken.
Voeg de room en het saffraanpoeder toe en kook nog 5 minuten door.
Zeef de saus en kook die nogmaals tot sausdikte door.
Roer een klontje boter door de saus en controleer de kruiding.
Breng eventueel nog op smaak met wat peper en zout.
Kruid de kippepaupiettes op de spiesjes bak ze in een klontje boter in
± 5 minuten aan beide kanten goudgeel en houd ze warm.
Stoof de slabladen kort in een klontje boter, kruid ze met peper en zout
en laat ze in een vergiet uitlekken.
Verwarm de borden voor.
Vorm tuiltjes van de kervel en schik die op absorberend papier.
Schik de sla midden op de borden, lepel de saus eromheen en leg op elk
bord een spiesje.
Garneer het bord met een tuiltje opgefriste kervel.