Stokbrood
1 ei
olie
500 gr 'harde' patentbloem op kamertemperatuur
1 dessertlepel zout
50 gr gist
2 dl lauwe melk
2 stokbroodvormen
Zeef de bloem in een iets verwarmde grote kom.
Wrijf de gist en enkele eetlepels melk met een houten lepel vloeibaar in
een kleinere kom.
Roer er dan het ei met het zout door en schenk er de rest van de melk
bij.
Zorg dat tijdens het maken van het brooddeeg de keukendeur gesloten blijft
en dat het in de keuken niet tocht (ramen, afzuigkap).
Roer, van het midden uit, de melk met de gist en het ei door de bloem.
Kneed alles door elkaar, neem het deeg uit de kom en besla het op een met
iets bloem bestoven houten plank of tafel.
Sla het deeg tegen het hout, trek het daar af en rek het deeg zoveel
mogelijk uit.
Herhaal die bewerking tot het deeg van de handen loslaat, zeer elastisch
en veerkrachtig is.
Breng het over in een grote pan of kom, die met warm water is
omgespoeld,
gedroogd en met iets bloem is bestoven.
Dek het deeg af en laat het minstens 1 1/2 uur, maar bij voorkeur 2-3
uur
op een lauwwarme plaats rijzen.
Verwarm de oven voor op 140 °C.
Bestrijk de vormen met een kwastje met olie.
Verdeel het deeg in twee evengrote porties.
Kneed van elk deel een lange rol van gelijke dikte die in de vorm
past.
Leg het deeg in de vormen.
Schuif de bakplaat in het midden van de oven.
Zet de vormen daarop en laat het deeg nog 20 minuten narijzen, terwijl
de
ovendeur geopend blijft en de vormen met een in warm water uitgespoelde
doek zijn afgedekt.
Sluit dan de deur en zet de oven op 280 °C tot de stokbroden mooi
uitgerezen, gaar en goudgeel van kleur zijn (dit duurt 15-20 minuten).
Gaar brood klinkt hol en de korst is zeer bros.