Talmousses met Goudse kaas
(8 stuks)
Talmouses waren al in de Middeleeuwen bekend. De talmouses van
Saint-Denis
genoten grote faam. De aartsbisschop van Parijs was er volgens
François Villon een groot liefhebber van.
Eeuwen later schreef Balzac er ook over en nog altijd worden er in
Saint-Denis talmouses gebakken.
Talmouses kunnen als voorgerecht worden gegeven. Ze smaken ook goed als
een hapje bij een glas rode of witte wijn.
8 plakken diepvriesbladerdeeg
± 1 eetlepel bloem
3 eieren
3 eetlepels slagroom
60 gr geraspte oude Goudse kaas
4 eetlepels droog wittebroodkruim (geen paneermeel)
2 eetlepels fijngehakte bladpeterselie
150 gr belegen Goudse kaas (5 dikke plakken)
Laat de deegplakken 8 minuten ontdooien.
Leg ze op een met bloem bestoven werkvlak en rol ze heel licht uit.
Roer 1 ei los en bestrijk de deegplakken hiermee heel licht (houd de rest
van het ei apart).
Klop in een kom 2 eieren en de room los.
Klop er daarna de helft van de geraspte kaas, het broodkruim en de
peterselie door en voeg naar smaak wat zout en/of peper toe.
Verwijder de korsten van de kaas, snijd de kaas in piepkleine blokjes en
schep die door het ei-roommengsel.
Schep in het midden van elke deegplak een deel van het kaasmengsel en
bestrooi de vulling met de rest van de geraspte kaas.
Trek de deegplakken bij de punten omhoog en vouw ze over de vulling.
Maak de punten met een beetje water nat en plak ze op elkaar.
Bestrijk de talmouses met de rest van het losgeroerde ei.
Leg de talmouses op een beboterde bakplaat en bak ze in een voorverwarmde
oven (200 °C) in ± 12 minuten goudbruin en gaar.