Terrine van Westlandse groenten

1 kg diverse groenten (bijvoorbeeld asperges, worteltjes, bloemkool,
peultjes, venkel, paprika)
1 liter groentebouillon
24 gr gelatine
100 gr nori

Voor de saus:
1 sjalot
2 dl groentebouillon
2 dl room
diverse tuinkruiden (peterselie, kervel, bieslook)
1 dl crème fraîche

Voor de garnering:
waterkers
sprietjes bieslook

Maak de groenten schoon en snijd ze in stukken, die straks in de terrine
passen.
Blancheer de groenten steeds in hetzelfde kookvocht beetgaar en laat ze in
ijswater afkoelen.
Meet 1 liter van de groentebouillon af en los hierin de geweekte gelatine
op.
Zet de terrinevorm in een bak, gevuld met ijswater en giet de afgekoelde
groentebouillon hierin.
Giet de gelerende bouillon er na korte tijd weer uit; er blijft nu een
laag van ± 1/2 cm groentebouillon aan de zijkanten zitten.
Zet de vorm in de koelkast en laat dit laagje opstijven.
Bekleed het laagje gelei dan met de geweekte nori en leg een laagje
groenten in de vorm.
Giet wat van de gelei over de groenten en leg het volgende laagje groenten
in de vorm.
Ga zo door tot de terrine geheel is gevuld.
Let bij het vullen op de volgorde van de te gebruiken groenten, zodat u
een mooie kleurschakering krijgt.
Zet de terrine licht onder druk in de koelkast en laat hem door en door
koud worden.
Kook het sjalotje met de 2 dl groentebouillon en de room in tot dit licht
begint te binden.
Voeg de tuinkruiden toe en draai dit samen fijn in een keukenmachine.
Zeef de saus vervolgens, laat haar afkoelen en vermeng haar met de
crème fraîche.
Snijd de groententerrine met een warm nat mes in plakken.
Leg op 4 koude borden elk een plak, giet er wat van de saus naast en
garneer met een toefje waterkers en enkel sprietjes bieslook.