Vlees- of kipkroketten

(± 4 stuks)

30 gr boter
30 gr bloem
2 dl verdunde bruin van jus of 2 dl bouillon van 1 bouillontablet
125 gr vleesresten of resten kippenvlees
peper, nootmuskaat
(enkele druppels citroensap)
paneermeel
1 eiwit, losgeklopt met 1 lepel water of 1 ei, losgeklopt met 1 lepel
melk
olie om te frituren

Smelt de boter en roer de bloem erdoor tot een samenhangende slappe massa
(roux) is verkregen.
Warm de roux even door zonder dat de kleur verandert.
Voeg de bouillon in één keer toe.
Breng de massa aan de kook en roer hem glad.
Meng er het zeer klein gesneden vlees, de peterselie, peper, nootmuskaat
en desgewenst het citroensap door.
Strijk de ragoût op een diep bord uit en zet dat op een koude plaats
tot de massa steenkoud en heel stijf is.
Verdeel de massa in 4-5 gelijke delen en vorm de kroketten met behulp van
2 lepels voor.
Zorg dat oneffenheden en barstjes eruit worden gedrukt om uitlopen te
voorkomen.
Rol de kroketten aan alle kanten door het paneermeel, vorm ze met de hand
bij, haal ze door het eimengsel, rol ze nogmaals door het paneermeel en
schud het overtollige paneermeel eraf.
Bak de kroketten in hete frituurolie (± 180°C) langzaam
bruin.
Laat ze daarna goed uitlekken en leg ze op een verwarmd
vleesschaaltje.
Garneer met een toefje peterselie.
Of: houd de droge peterselie bij de stelen vast, dompel de blaadjes in het
hete frituurvet, laat ze daarin snel bakken en verkruimel de gebakken
peterselieblaadjes boven de kroketten.

Variatie: Bitterballen (16-20 stuks)
Vorm van het koude krokettenmengsel 16-20 kleine balletjes, paneer deze en
bak ze in de frituurolie.
Dien ze op met prikkers.