Worstebroodjes met zoete veenbessen
(10 stuks)
Voor de broodjes:
1 pak met 10 plakjes bladerdeeg (diepvries)
400 gr gemengd gehakt
2 eieren
50 gr paneermeel
Voor de veenbessenmoes:
400 gr verse veenbessen
1/4 liter water
150 gr suiker
Verwarm de oven op 200 °C.
Leg de plakjes bladerdeeg naast elkaar op het aanrecht, verwijder de
papiertjes en laat de plakjes ontdooien.
Doe het gehakt in een grote kom en breek er 1 ei op.
Was uw handen en meng het ei door gehakt.
Voeg er het paneermeel aan toe en kneed alles goed door elkaar.
Verdeel het gehakt in 10 gelijke delen en rol er worstjes van.
Leg op elk plakje bladerdeeg een worstje.
Breek het tweede ei in een kopje en klop het met een vork los.
Neem een kwastje en strijk er de randen van de bladerdeegplakjes mee
in.
Vouw het deeg over het vlees, zodat een soort rolletje ontstaat en leg de
broodjes met de sluiting naar onder op een bakplaat.
Strijk nog een beetje ei op de bovenkant van de broodjes, zodat ze bij het
bakken mooi goudbruin worden en schuif de broodjes 30 minuten in de
oven.
Maak intussen de veenbessenmoes.
Was de veenbessen en verwijder de slechte, zachte bessen.
Giet het water in een pannetje, voeg er de bessen bij en laat ze op zacht
vuur "ploffen".
Neem het pannetje, als de bessen zijn opengebarsten, van het vuur en roer
er de suiker door.
Eet de worstebroodjes warm en geef er een schepje veenbessenmoes bij.