Witlofvelouté

2 uien
2 preiwitten
boter
1 kg witlof
1 1/2 liter gevogeltebouillon
1 kruidenbuiltje (1 takje tijm, 2 blaadjes laurier,
peterselie)
30 gr bloem
1 dl room
2 eierdooiers
enkele kervelplukjes

Snijd de uien en de preiwitten fijn en stoof beide in
gesmolten boter aan tot de prei glazig wordt.
Houd 2-3 struikjes witlof apart voor de versiering, voeg de
rest van het fijngesneden witlof aan de prei toe en laat 2
minuten meestoven.
Schenk er de gevogeltebouillon bij.
Voeg het samengebonden kruidenbuiltje toe en maak het aan de
rand van de kookpot vast.
Laat de soep in een afgesloten pan in ± 30 minuten gaar
worden.
Maak intussen een roux: smelt 15 gr boter, neem de pan van het
vuur, spatel er de bloem door en laat die op het vuur al
roerend enkele minuten drogen.
Voeg, als de soep bijna gaar is, de roux al roerend toe en
laat die even meekoken.
Verwijder het kruidenbuiltje en mix de soep.
Zeef de soep daarna door een fijne zeef.
Laat alles weer aan de kook komen, schuim af en breng op smaak
met zout.
Verwarm de borden voor.
Snijd voor de afwerking de overige stukjes witlof fijn en
stoof ze in boter aan tot ze lichtjes glazig zijn.
Maak een liaison: roer de eierdooiers met de room los.
Dien de witlofvelouté op in een diep, warm bord met een
eetlepel gestoofd
witlof.
Giet er de warme soep over en voeg een scheutje liaison
toe.
Versier met enkele plukjes kervel.