Witloof naar Vlaamse trant

8 struikjes witloof á 50-60 gr
zout, versgemalen peper en muskaatnoot
1 eetlepel citroensap
3 hardgekookte eieren
2 eetlepels gehakte peterselie

Reinig het witloof, verfris het onder koud stromend water en laat het
uitlekken.
Strijk een kookpot in met een noot boter en schik er het witloof in.
Kruid met zout, versgemalen peper en een snuifje muskaatnoot.
Besprenkel met het citroensap, bevochtig met water tot op halve hoogte van
het witloof en laat opkoken.
Plaats het deksel op de kookpot en gaar het witloof op een klein
vuurtje.
Haal het witloof uit de kookpot en houd het warm, terwijl het kookvocht
wat uitlekt.
Plet de hardgekookte eieren.
Smelt 250 gr boter en giet alleen het olieachtige gedeelte zachtjes over
in een steelpannetje.
Voeg de geplette eitjes bij de geklaarde boter.
Aromatiseer met een weinig muskaatnoot en kruid met versgemalen peper.
Meng de gehakte peterselie onder de botersaus.
Controleer de kruiding en kruid eventueel bij met peper, zout of
muskaatnoot.
Schik het witloof op een serveerschotel of bord.
Lepel de saus over de struikjes witloof, maar zorg dat ze goed zichtbaar
blijven.
Schenk hierbij een frisse Pinot Blanc (Elzasser).